Pinkstersculptuur’ in Sint-Amanduskerk Zwevegem

In Spiritum vivificantem

Naar de Geest die levend maakt

 

 


Explosieve expressie over verrijzenis heen

Enkele gedachten bij het kunstwerk

Bart Bogaert over zijn sculptuur
                                              
Videomontage van de opbouw van het kunstwerk



Foto: Bart COLSON - Zwevegem

Explosieve expressie over verrijzenis heen

Uit: Tertio 329 - 31 mei 2006 - p. 14   
Koenraad De Wolf

Kunstenaar Bart Bogaert integreerde in de kerk van Zwevegem de pinkstersculptuur In Spiritum vivificantem –
Naar de levenmakende Geest
. Tussen een hoofd, een hand en een geëxplodeerd kruis vormt de leegte een essentieel gegeven. Het epicentrum van het kunstwerk bevindt zich in de muurwand. Dat onverwachte perspectief werkt verfrissend.

Beeldhouwer en binnenhuisarchitect Bart Bogaert uit Denderhoutem werkte de voorbije tien maanden aan het kunstwerk In Spiritum vivificantem – Naar de levenmakende Geest. Dat kreeg de voorbije dagen een definitief onderkomen in de Sint-Amanduskerk van Zwevegem, een monumentaal postneogotisch gebouw dat in 1938 werd opgetrokken naar een ontwerp van de Nederlandse architect Alphons Boosten en zijn plaatselijke collega Jan Reyntjens.

Pastoor Daniel Verstraete kwam in februari 2003, op een tentoonstelling van het werk van Bogaert in Elst-Brakel, voor het eerst in contact met de kunstenaar. De pastoor zag in Bogaert meteen de man die een oplossing kon bieden voor een knelpunt waarmee hij allang worstelde: de creatie van een nieuw beeld op de muur tussen het noordelijke transept en het koor, als tegengewicht voor de monumentale Christus van kunstenaar J. Jacques uit 1951 in het zuidelijke transept.

,,Het beeld is gemaakt in gedreven metaal en hangt op een eikenhouten kruis,’’ verduidelijkt Verstraete. ,,Toen ik zag op wat voor een knappe manier Bogaert met diezelfde materialen zowel technisch als creatief omsprong, wist ik meteen dat hij de man was die we zochten.’’

Kort daarop vond een eerste gesprek plaats tussen de kunstenaar en de pastoor. ,,We zaten meer dan twee uur naast elkaar in de kerk,’’ vervolgt Verstraete. ,,Bogaert wilde onze ambities kennen, waar wij met de kerk naartoe wilden. Vanuit die intense gedachtewisseling ontstond het idee van een pinkstersculptuur.’’

De kunstenaar wilde – tegenover de gekruisigde Christus – een beeld oproepen dat, over zijn verrijzenis heen, verwijst naar het vuur van de Heilige Geest dat van binnenuit de nieuwe mens opbouwt. ,,Het moest een sculptuur worden met een grote dynamiek, die mensen stuwt en tot beweging aanzet,’’ voegt Bogaert daaraan toe. ,,Een soort inwijdingsobject dat, naar analogie van het orakel van Delphi of het labyrint in de kathedraal van Chartres, al wie de kerk betreedt, aanmoedigt en stimuleert op zijn innerlijke weg voort te gaan.’’



In augustus 2005 begon de praktische uitvoering. Pas enkele dagen geleden, bijna tien maanden later, legde de kunstenaar de laatste hand aan zijn creatie. Die bevat vier componenten: een hoofd, een hand, een geëxplodeerd kruis en – als essentieel gegeven – de leegte daartussenin.

Door de plaatsing van de verschillende onderdelen op de hoek van het koor en het transept, lijkt het alsof de figuur zich van de wand losrukt. ,,De man heeft iets ambigu in zich,’’ verduidelijkt de kunstenaar. ,,Aan de ene kant wil hij zich lostrekken uit de architectuur, uit de vertrouwde structuren breken en op zoek gaan naar een eigen weg. Aan de andere kant vindt hij in de architectuur net de broodnodige fundamentele steunpunten. Dat tegelijkertijd aantrekken en afstoten verwijst naar een haat-liefdeverhouding die bij een aantal gelovigen leeft. Wat mij vooral boeit, is dat je dit gegeven op verschillende manieren kunt interpreteren.’’



Op het eerste gezicht geeft het hoofd uitdrukking aan een schreeuw of een oerkreet. ,,Toch reikt de expressie een stuk verder,’’ betoogt Bogaert. ,,De figuur geeft in de eerste plaats uitdrukking aan een innerlijkheid, een beroering die is ontstaan door innerlijk inzicht. Je voelt dat hij tot een besef van een diepere levensinhoud is gekomen.’’

In het hoofd verwijzen zeven – een heilig getal in de christelijke iconografie – openingen naar de vijf zintuigen. Naast de wijd opengesperde mond, betrekken de neusgaten het reukorgaan bij de expressie en nemen de oren waar wat zich zowel binnen de figuur, als in de buitenwereld afspeelt. Op hun beurt richten ook de asymmetrische ogen zich naar de innerlijke en de uiterlijke wereld.

De dynamiek van het gebeuren wint nog aan kracht door de weergave van het haar – dat vormelijk nauw is verwant met de vuurmassa te midden van het tweede deel van de compositie: de lager gelegen hand. Optisch wordt die overgang ook gemaakt door de (gedeeltelijke) weergave van de hals, de schouder en de elleboog.

Centraal in de hand staat de monumentale paaskaars. De omliggende vuurzee mondt uit in zeven – dat heilige getal wordt hier herhaald – rozenknoppen, die aan de binnenkant zijn verguld. Die knoppen, waarin de vlam van de brandende kaars reflecteert, hebben ook dezelfde kleur van de paaskaars. ,,Het gebruik van goud binnen een religieuze context, denk maar aan de iconen, had in de geschiedenis altijd een hoog meditatief gehalte,’’ verduidelijkt de kunstenaar zijn opzet.

In tegenstelling tot het hoofd, waarbij Bogaert de expressie van de gevoelens meer realistisch in beeld bracht, drukt de hand diezelfde expressie abstracter uit. ,,Ondanks de verschillende benadering wilde ik toch een evenwicht tot stand brengen.’’



Het derde element van de compositie vormen vier stukken hout die in hun samenhang het beeld oproepen van een door een explosie uiteengerukt kruis. ,,Dat die eiken balken gedeeltelijk zijn verkoold, vind ik een boeiend gegeven,’’ vervolgt de kunstenaar. ,,Want daardoor verschijnt de eik – het symbool bij uitstek van de stevigheid – in een broze en zachte gedaante.

Bovendien wijzigde de textuur van het hout, omdat door het vuur de lengtenerven in de breedte zijn doorgesneden. De zwartgeblakerde balken staan daarenboven in schril contrast met de witte paaskaars – hoewel ook die, op zijn beurt, het vuur in zich draagt. En ten slotte speelt ook een visuele dynamiek tussen de kaars met zijn zwarte wiek in het midden, en de zwartgeblakerde balken met hun gave kern binnenin.’’

Het belangrijkste kenmerk van die balkenstructuur is dat het epicentrum zich op een alleen bij benadering aan te duiden punt bevindt, te midden van de muurmassa. ,,Die ‘trompe-l’oeil’ is een schitterende vondst,’’ oordeelt pastoor Verstraete. ,,Optisch lopen de verschroeide balken dwars door in de muur, maar in werkelijkheid is dat maar schijn.’’

Ten slotte is het vierde en wellicht ook het belangrijkste onderdeel van de compositie de leegte tussen de hand, het hoofd en het kruis, waar zich de essentie van het gebeuren voltrekt.



Bij de uitvoering was de kunstenaar bijzonder gecharmeerd door het grenzeloze vertrouwen van zijn opdrachtgever. ,,Er vond maar tweemaal een bespreking ten gronde plaats,’’ vertelt Bogaert. ,, Ik kreeg binnen de contouren waarover we het eens waren, volledige ‘carte blanche’ voor de concrete invulling. Dat vertrouwensklimaat was onontbeerlijk om tot zo’n zuivere compositie te komen. Ik betreur immers dat veel kunstenaars dat vertrouwen niet krijgen. Want ik ben ervan overtuigd dat het geven van vertrouwensvolle opdrachten de levenskracht in de samenleving enorm kan bevorderen.’’

Ook Verstraete is bijzonder tevreden over het resultaat. ,,Enerzijds is het kunstwerk concreet genoeg om onmiddellijk iets te vatten van de symboliek, anderzijds blijft het voldoende suggestief. Daardoor kan iedereen die de kerk binnenkomt daar nieuwe associaties aan koppelen en er zijn eigen gedachten in projecteren. Wie wat dieper graaft, merkt dat de sculptuur vol Bijbelse, liturgische en kerkelijke resonanties en consonanten steekt.’’

,,Het doel is zeker bereikt,’’ besluit de Zwevegemse pastoor. ,,Dit beeld laat je immers niet los, het inspireert en stimuleert, stemt tot nadenken en doordenken. Bogaert opende – door zijn durf om na te denken, niet vanuit de bekende of stereotiepe beelden, maar vanuit een onverwachte hoek – een nieuw perspectief. Dat werkt heel verfrissend. Nieuwe wijn hoort thuis in nieuwe zakken.’’

Beeldhouwer en binnenhuisarchitect                       comp1358_1.JPG (30249 bytes)

Bart Bogaert (°1966) uit Denderhoutem was de eerste binnenhuisarchitect in Vlaanderen die opdrachten kreeg voor de herinrichting van liturgische ruimten. Na de kerk van Sint-Maria-Lierde in 1996-1997 kwamen de Sint-Martinuskerk in Sint-Martens-Lierde en de Sint-Janskerk in Hemelveerdegem aan de beurt. Daarnaast ontwierp Bogaert ook liturgisch meubilair voor de kapellen van de Indigogemeenschap Brugge en de Arrupegemeenschap van de jezuïeten in Brussel; de Sint-Amanduskerk in Denderleeuw; en de Sint-Amanduskerk in Denderhoutem. ,,De combinatie van binnenhuisarchitectuur en beeldhouwen biedt veel voordelen,’’ onderstreept Bogaert. ,,Als binnenhuisarchitect leerde ik kijken naar de ruimte als een organisch geheel, terwijl ik vanuit mijn beeldhouwwerk volplastisch leerde denken.’’

 

beeld1_1.jpg (28624 bytes)        beeld4_1.jpg (19866 bytes)      colson01-06-2006 001.jpg (44365 bytes)      colson01-06-2006 004.jpg (37391 bytes)      colson01-06-2006 009.jpg (38404 bytes)      colson01-06-2006 010.jpg (30246 bytes)     colson01-06-2006 012.jpg (25987 bytes)      colson01-06-2006 013.jpg (28674 bytes)        colson01-06-2006 014.jpg (27273 bytes)  
                                            vergulde                                                  paaskaars
                                                         rozenknop
Enkele gedachten bij het kunstwerk ' In Spiritum vivificantem '

1. Ons vertrekpunt was : een werk dat onze parochie kan inspireren in een welbepaalde richting : nl. een doorbraak dank zij en nà de verrijzenis , het vuur van de Geest dat van binnenuit de nieuwe mens opbouwt , de mens naar Gods hart die onweerstaanbaar zich manifesteert na de verrijzenis.En van Wie we blijven getuigen, en Die wij blijven vieren en gedenken.De nieuwe Adam : eersteling van een nieuwe wereld naar Gods hart : het Rijk der hemelen.

2. Kerk-zijn betekent geen veilig ommuurde gemeenschap. Van buitenaf dringt Christus binnen in ons samenzijn, Hij breekt de kerkruimte open naar de wijde wereld met al die anderen toe. Hij komt door onze muren en structuren heen. Hij is altijd de verrassend komende, de toe-komende. Gedreven zoals het koper waaruit hij gemaakt is, door het heilige vuur van binnenuit bezield, zo breekt een nieuwe pinkstergestalte door : het vuur zet in vlam maar vernietigt niet, behalve het kruis (lijden, onrecht) dat niettemin fundamenteel aan de basis ligt van die nieuwe wereld na de verrijzenis. Geen Pasen zonder Goede Vrijdag.

3. Wij leven in het tijdperk van de Geest , die ons drijft en doortrekt, en ons nieuwe ogen, oren, neus en mond geeft. Die ons op-tuigt om heel anders de zin van alles te doorgronden, met nieuwe zin-tuigen. Bv. Een oog dat ver ziet en voorziet, een oog dat naar binnen schouwt en diep kijkt, een mond die durft spreken, zingen, getuigen, opkomen voor anderen, oren die kunnen sterk luisteren naar ' alles wat een taal spreekt dat leeft ' enz.

4. De grote dragende hand biedt heel vrij-latend het vuur van de Geest aan waarin bovendien zeven bloemknoppen zich openen : 7 gaven van de Geest, 7 sacramenten , 7 dagen altijd weer. Diezelfde hand draagt het Paaslicht (paaskaars) met de Alfa en Omega : God-van-kop-tot-teen , van aanvang-tot-einde, die zich waagt in onze handen, in onze over-dracht , onze traditie . Wij staan geschreven in de palm van Gods hand.

5. Het kunstwerk is concreet genoeg om onmiddellijk iets te laten vatten van de symboliek, en het is suggestief genoeg om je voortdurend op nieuwe associaties te brengen : het steekt vol bijbelse, liturgische en kerkelijke resonanties en consonanties.
Het is dynamisch, straalt aktie en onrust uit, wekt de schouwer op tot nadenken en doordenken. Het wil je niét gerust laten, wel inspireren en stimuleren.

6. Geloven is oog krijgen voor een nieuw perspectief, durven denken uit een andere hoek, niet indommelen in de routine van het bekende en de stereotypie. Nieuwe wijn moet in nieuwe zakken...

Bart Bogaert over zijn sculptuur :

Enkele instappen en sleutels voor het werk.

De sculptuur is nu gerealiseerd. Ik beschouw mezelf niet meer als wandelaar, mijn werk is af. Mijn tocht is beëindigd. Ik zit nu langs de weg en kijk en praat met jullie mee, de nieuwe wandelaars. Want een kunstwerk wordt pas voltooid in de openbaarheid, in de aandacht die het door jullie beschouwingen kan krijgen. Jullie ervaringen, jullie interpretaties en inzichten, wil ik in-sluiten om tot een vollediger beeld te komen van wat dit werk ons kan vertellen. Ik wil jullie wel enkele sleutels en instappen voor het werk mee geven maar dit is slechts een 'smalle' versie:

1. In deze kerk met een symmetrische boog-architectuur, hebben we ervoor gekozen een diagonale compositie binnen te brengen, een soort van dwarsligger

2. We gebruiken niet één wand maar 2 wanden, waardoor we het volume van de architectuur vervlechten met het volume van de sculptuur en waardoor we ook dit zelfde volume visueel openbreken, doorbreken

3. 'Vuur' heb ik gebruikt als vormtaal en dit zit verwerkt in het hoofdhaar/ de hand/ de vuurmassa/ de balken/ de kaars

4. De figuratie treedt uit die architecturale vaste massa, als een soort van opstaan uit vaste/structurele vormen

5. Het hoofd heeft 7 gaten (spreken, ruiken, zien, horen), het vuur heeft 7 vergulde vuur-knoppen, roze-knoppen

6. Eén oog kijkt naar buiten (naar de wereld), één oog kijkt naar binnen (in zichzelf)

7. Tussen het schouwende-denken (hoofd) en de dienende-daad (hand) ligt de leegte van de witte wand met in de diepte het levend-voelende (hart) op diezelfde plek wordt het geheel belicht met de brandende kaars

8. De zwart geblakerde balken hebben een gave kern/ de witte wassen kaars heeft een zwarte lont in haar kern

9. Het kruis is gekraakt, staat in tegenbeeld met het Paaskruis, de balken als krachtlijnen voor hoofd, 2 armen en het corpus zijn als een abstracte herneming van het Christusbeeld van de rechter zijde

10. Misschien nog wel het belangrijkste is de figuur die uitdrukking geeft aan een moment van inzicht in innerlijke waarheden van het leven, in redenen van bestaan, in zin van dagelijks leven, in het wezen van zijn.